Van de vele plantensoorten die op aarde voorkomen zijn er ongeveer 400.000 bekend.
Onderzoekers hebben geprobeerd in die enorme hoeveelheid een beetje orde te brengen.
Ze bedachten allerlei manieren om planten te rangschikken.
Een van de manieren is om het plantenrijk in 2 groepen te verdelen. In elke groep worden planten bijeengebracht,
die in hoofdzaken op elkaar lijken.
Zo ontstaat een hoofdafdeling van sporeplanten, die alle geen bloemen en ook geen zaden voortbrengen.
Ze vemenigvuldigen zich door middel van sporen.
De tweede hoofdafdeling is die van de zaadplanten.
Deze dragen wel bloemen en vormen dus zaden waardoor ze zich vermeerderen.
Dan volgt een verdere verdeling van deze hoofdafdelingen.
Ze worden onderverdeeld in afdelingen , klassen, orden, families, geslachten en soorten.
In elke groep worden de verschillen tussen de planten steeds kleiner.
Deze indeling van het plantenrijk zier er als volgt uit:
Hoofdafdeling sporenplanten:
Eencellige planten, alleen te zien onder een microscoop:
*bacteriën
Planten zonder stengels , bladeren en wortels:
*wieren en algen
*schimmels of zwammen
*korstmossen
Planten zonder echte wortels, maar meestal wel met een stengel en bladeren:
*mosplanten
Planten met echte wortels , stengels en bladeren , maar zonder bloemen:
*varenplanten
*paardestaarten
Hoofdafdeling zaadplanten:
Planten met bloemen en zaden , maar de zaden zitten niet meer in een vruchtbeginsel:
*naaktzadigen
Planten met echte bloemen en zaden , waarbij de zaden zijn opgesloten in een vruchtbeginsel:
*bedektzadigen
*composieten : bijv. paardebloem , distel , margriet
* lokbloemen bijv. de korenbloem
* kruisbloemen bijv. de pinksterbloem
* lipbloemen bijv. de veldsalie
* schermbloemen zoals de bereklauw, en de engelwortel
*vlinderbloemen bijv. de aardaker