Interimbeleid Bedrijvenregeling
brief van de Minister van VROM aan de bevoegde gezagen van 30 juli 2001
Ministerie van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en MilieubeheerRijnstraat 8
2515 XP Den Haag
Interne postcode 635
Tel : 070-3392588
Fax: 070-3391281Directoraat-Generaal Milieubeheer
Directie Lokale Milieukwaliteit en Verkeer
Afdeling Sturing Bodemsaneringsoperatie
Kenmerk LMV/2001065757 Datum 30 juli 2001Aan de Colleges van Gedeputeerde Staten van de Provincies en de Colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Haarlem, Zaanstad, Heerlen, Arnhem en TilburgOnderwerp
interimbeleid bodemsanering bedrijfsterreinen
Geachte Colleges,
Voorstellen voor beleidsvernieuwing
De beleidsvernieuwing bodemsanering is vastgelegd in het Eindrapport BEVER van 21 september 2000. In het Eindrapport wordt aangegeven dat de aansturing van bodemsanering zal plaatsvinden door aan te sluiten bij de maatschappelijke dynamiek in stedelijk en landelijk gebied en bij bedrijfsdynamiek. Daarmee wordt gekozen voor een meer programmatische benadering, waarbij tegelijk met de aanpak van dynamische locaties ook voor de aanpak van statische locaties wordt zorg gedragen, in het kader van het behalen van de NMP3-doelen.Binnenkort zal een Kabinetsstandpunt beleidsvernieuwing bodemsanering aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Vervolgens zal implementatie van het nieuwe beleid plaatsvinden, o.a. door aanpassing van de wet- en regelgeving, verdere beleidsmatige uitwerking, het verbeteren van de monitoring en het geven van training en vorming.
Naar verwachting zullen de wijzigingen in wet- en regelgeving medio 2003 in werking kunnen treden. Vooruitlopend op de inwerkingtreding wordt u de mogelijkheid geboden toepassing te kunnen geven aan het afgesproken beleid voor in gebruik zijnde en blijvende bedrijfsterreinen. Onderstaand zal een en ander uiteen worden gezet.Convenant bodemsanering bedrijfsterreinen en interimbeleid
Voor de bodemsanering van in gebruik zijnde en blijvende bedrijfsterreinen zijn afspraken gemaakt met het bedrijfsleven. Deze afspraken zijn nodig om in overleg met de betrokken partijen een versnelling van de saneringsfase van de BSB-operatie te bewerkstelligen en ervoor zorg te dragen dat ook de saneringen in dit segment uiterlijk in 2023 zijn afgerond dan wel beheerst. Deze afspraken zijn vastgelegd in een convenant met bijlagen, dat op 11 juni 2001 is getekend. De crux van het convenant is de afspraak dat de bedrijven zich verplichten tijdig tot sanering over te gaan en dat voor de sanering van historische verontreiniging op bedrijfsterreinen een bijdrage van de overheid wordt verleend aan de eigenaars of erfpachters die aan de voorwaarden voldoen. Er wordt dus overgestapt van een saneringsoperatie met een grotendeels vrijwillig karakter geheel uit te voeren door de bedrijven zelf naar een mede door de overheid financieel ondersteunde saneringsoperatie met een saneringsplicht. Vanaf heden kan een bijdrage worden gegeven voor de bodemsanering van een in gebruik zijnd en blijvend bedrijfsterrein op de volgende wijze.De mogelijkheid van het geven van een bijdrage wordt niet uitgesteld totdat de wet- en regelgeving zijn aangepast. U wordt de mogelijkheid geboden tot de in werking treding van de aanpassing van wet en regelgeving interimbeleid te voeren van af de datum van tekening van het convenant (11 juni 2001 ). Het voeren van interimbeleid is mogelijk door co-financiering te geven op basis van een subsidieverordening. Het te voeren interimbeleid wordt beperkt door de voorwaarden horende bij de EG-verordening betreffende de minimissteun. Deze sluit een aantal sectoren uit en legt een financiële grens bij een bijdrage van 100.000 euro over 3 jaar. In bijlage 1 wordt een nadere toelichting gegeven op resp. staatssteun en de de minimisverordening. Een handreiking voor de toepassing van de minimissteun is bijgevoegd onder bijlage 2. Deze handreiking met de daarbij behorende checklist moet onverkort worden toegepast. Van belang is te vermelden dat het convenant als zodanig nog geen saneringsplicht in het leven roept en dus ook nog geen (geclausuleerde) aanspraak op een bijdrage ontstaat. Dit betekent, dat er drie stappen nodig zijn en in het dossier moeten worden vastgelegd: het maken van een afweging van de inzet van het huidige juridisch instrumentarium (aan de hand van de (concept)notitie afstemming bevelsinstrumentarium/kostenverhaal die aan het IPO-bestuur zal worden voorgelegd), het bepalen van het percentage dat volgens de Notitie bodemsanering bedrijfsterreinen (bijlage 1 van bovengenoemd convenant) kan worden verleend (invullen van het stappenschema mede aan de hand van de toelichting in genoemde Notitie en de Aanzet tot het Protocol ouderdomsbepaling, bijlage 2 van bovengenoemd convenant) en het doorlopen van de checklist de minimis-steun. Voor de toepassing van het interimbeleid gelden dus de percentages van genoemde Notitie, mits passend binnen de voorwaarden over de minimis-steun. Overigens geldt, dat indien er reeds schriftelijk afspraken zijn vastgelegd over het verlenen van co-financiering op basis van een afweging van de inzet van het huidig juridisch instrumentarium voordat het interimbeleid door middel van deze brief inging, deze mogen worden uitgevoerd.
Evenmin mag interimbeleid gevoerd worden met betrekking tot bedrijven met draagkrachtproblemen. Bovendien is van belang dat het interimbeleid slechts strekt tot die gevallen van ernstige bodemverontreiniging die door het bevoegd gezag urgent zijn verklaard. Dit betekent dat het uiterste tijdstip van de aanvang van de sanering vóór de inwerking treding van de nieuwe wet- en regelgeving (verwacht per medio 2003) moet aflopen. Dit betekent dat gevallen van ernstige verontreiniging waarvoor een beschikking ernst en urgentie (aanvang saneren binnen 4 jaar) is afgegeven vanaf augustus 1997 en er nog niet begonnen is met de sanering voor het interimbeleid bodemsanering bedrijfsterreinen in aanmerking komen, voor zover het uiterste tijdstip nog niet is verlopen.
Een verdergaand interimbeleid is niet mogelijk totdat de Europese commissie een verklaring van geen bezwaar na een vooronderzoeksprocedure of een positief besluit na een formele onderzoeksprocedure heeft gegeven op de voorstellen voor co-financiering alsmede draagkrachtondersteuning.
Voorts is van belang dat de concept-bedrijvenregeling strekt tot historische verontreiniging
(erfenisgevallen), dat wil zeggen verontreiniging die ontstaan is voor de inwerkingtreding van de Wet bodembescherming. Om in aanmerking te komen voor een bijdrage geldt bovendien dat de verontreiniging grotendeels is veroorzaakt (voor 80% of meer) voor 1975. Het interimbeleid moet zich hiertoe beperken. Of hieraan wordt voldaan moet worden vastgesteld aan de hand van het toepassen van het Protocol Ouderdomsbepaling. Bij het convenant is een Aanzet tot een dergelijk protocol gevoegd. Tevens moet rekening worden gehouden met de afspraken betreffende verwerving in het convenant. Mocht een eigenaar het terrein willen verkopen nadat hij, in overleg met het bevoegd gezag, blijkens een beschikking voor het interimbeleid met toepassing van de minimissteun in aanmerking komt, dan kan de nieuwe eigenaar na verkoop een nieuwe beschikking van het bevoegd gezag vragen, gebaseerd op de gegevens van de beschikking die reeds aan de oorspronkelijke eigenaar is afgegeven, mits deze beschikking nog niet tot uitbetaling heeft geleid. Aan deze beschikking moeten dan wel de voorwaarden zijn verbonden dat de sanering volgens plan wordt uitgevoerd hetgeen blijkt uit de instemming van het bevoegd gezag op het evaluatie-rapport. Bovendien zal voor de nieuwe eigenaar wel opnieuw moeten worden getoetst of hij voldoet aan de voorwaarden van de EG-verordening over de minimissteun. Bijgaand zend ik een exemplaar van het convenant ter kennisneming mee. Het convenant wordt voor toetsing aangemeld bij de Europese Commissie.Afbakening ten opzichte van ISV
De gevallen die u volgens voornoemde voorschriften kunt mede financieren moeten gevallen zijn die
betrekking hebben op in gebruik zijnde en blijvende bedrijfsterreinen. Gevallen die in het kader van functieverandering worden aangepakt vallen onder het ISV als zij in stedelijk gebied liggen of onder de afspraken voor het landelijk gebied als zij daar gesitueerd zijn. Aangezien de bedrijvenregeling in mijn optiek de saneringsfase van de BSB-operatie betreft, geldt de reikwijdte in principe bedrijven die onder die operatie vallen (in 1991 in het rapport Oele geclassificeerd en later vastgelegd in de bijlage van het Besluit verplicht bodemonderzoek bedrijfsterreinen (Besluit verbond)). In de onderhandelingen met het bedrijfsleven is de mogelijkheid geschapen de regeling uit te breiden tot niet-BSB bedrijven. Daartoe is als invalshoek gekozen het ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel alsmede het zijn van onderneming volgens de Wet op de Inkomstenbelasting en de Wet vennootschapsbelasting.
Ik ben mij ervan bewust dat in de eerste periode van het ISV sommige gevallen via het ISV-budget zullen worden gefinancierd, omdat de segmentsverdeling aan het begin van het ISV nog niet duidelijk was (er bestond nog geen afbakening tussen het segment bedrijfsterreinen en het segment stedelijk gebied).
Voorwaarde hierbij is echter steeds dat stapeling van subsidies is uitgesloten. Om stapeling te voorkomen moet worden bezien of de bodemsanering van het betreffende bedrijfsterrein wordt vermeld in het ISV-ontwikkelingsprogramma cq. in de projectaanvraag van de rechtstreekse- dan wel niet-rechtstreekse gemeente, binnen wiens stedelijk gebied het bedrijfsterrein valt. Wordt de sanering van het bedrijfsterrein vermeld in het ontwikkelingsprogramma cq. in de projectaanvraag, dan kan geen de minimissteun op basis van de bedrijvenregeling worden verleend. Controle op een dergelijke vermelding vindt als volgt plaats:
a. een rechtstreekse gemeente, die bevoegd gezag Wbb is, controleert op vermelding van bodemsanering van het bedrijfsterrein in het ISV-ontwikkelingsprogramma van die gemeente;
b. bij een rechtstreekse-of niet-rechtstreekse gemeente, die geen bevoegd gezag Wbb is, controleert de provincie op vermelding van de bodemsanering van het bedrijfsterrein in het ISV-ontwikkelingsprogramma dan wel in de projectaanvraag van die gemeente.Toepassing co-financiering
De bijdrage die aan een bedrijf kan worden gegeven op grond van het interimbeleid bodemsanering bedrijfsterreinen, zoals volgt uit het genoemde convenant en deze brief, is een vorm van co-financiering door het bevoegd gezag aan een sanering in eigen beheer.De vraag is aan de orde of deze co-financiering te beschouwen is als subsidie.
Aangezien in het verleden op grond van de (inmiddels vervallen) Circulaire inwerkingtreding saneringsregeling Wet bodembescherming cofinanciering plaatsvond door een parallelle opdrachtverlening van overheid en private partij werd de cofinanciering niet beschouwd als een subsidie. Op basis van de ruimere lezing van het eerste lid van artikel 76 Wet bodembescherming (meegedeeld in de brief van 7 mei 1998 van de Minister van VROM aan de Tweede Kamer (vergaderjaar 1997-1998, 25411, nr. 6) is ook rechtstreeks cofinanciering aan een private partij voorzien zonder dat een gezamenlijke opdracht is verleend.
Inmiddels is aan de Algemene wet bestuursrecht een subsidietitel toegevoegd waarin het subsidiebegrip is neergelegd. Indien een bevoegd gezag gelden verstrekt aan een private partij (dit betreft ook een gemeente indien deze als privaatrechtelijk rechtspersoon optreedt) zonder dat het bevoegd gezag als (deel)opdrachtgever fungeert, is de bijdrage te beschouwen als een subsidie in de zin van de Awb. Het gevolg hiervan is dat het bevoegd gezag op een cofinancieringsverzoek moet beslissen bij besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. Daaraan zijn consequenties verbonden met betrekking tot de totstandkoming en de bekendmaking van een besluit. Bovendien staat de bestuursrechtelijke rechtsbescherming open. Een
cofinancieringsovereenkomst zoals die in het verleden werd afgesloten zal in de toekomst worden beschouwd als een overeenkomst tot nadere uitvoering van een subsidieverlening.De grondslag voor co-financiering op grond van het interimbeleid bodemsanering bedrijfsterreinen kan worden geregeld in uw subsidieverordening. Raadzaam is om te bezien of de reeds bestaande . subsidieverordening moet worden aangepast, dan wel bij het ontbreken daarvan een wordt opgesteld. Er wordt deskundigheid op het terrein van de Algemene wet bestuursrecht bij de bevoegde gezagen verondersteld. Inmiddels is vernomen dat er behoefte is aan het stroomlijnen van de toepassing van het interimbeleid bodemsanering bedrijfsterreinen tav. (model)subsidieverordening, (model)beschikking e.d. Ik sta er voor open om hieraan met u in de Werkgroep Uitvoering Bedrijvenregeling (WUB) van de gezamenlijke overheden te werken. Het instellen van deze werkgroep is op 31 mei 2001 in de Stuurgroep Bodem (Stubo) besproken en geaccordeerd. Deze werkgroep zal na de vakantieperiode (september) worden ingesteld. Uiteindelijk wil ik uw (aangepaste) subsidieverordening ter toetsing ontvangen.
Reservering binnen het programma
De middelen die u inzet voor de co financiering ter uitvoering van interim-beleid van de bedrijvenregeling binnen de voorwaarden van de minimis-steun zult u moeten toedelen uit de bodemsaneringsgelden; deze middelen worden u jaarlijks ter beschikking gesteld tot de bedrijvenregeling een feit is. Dit betekent dat een realistische inschatting moet worden gegeven van het bedrag dat benodigd is voor deze cofinanciering. Naar mijn idee zal het tot 2003 nog niet om veel bedrijven gaan. De meeste saneringen die in deze periode aan de orde zijn, zullen qua subsidiebijdrage vermoedelijk boven de de minimisgrens uitkomen. In deze gevallen zullen de bedrijven genoegen moeten nemen met 100.000 euro (indien voor het overige aan de voorwaarden van de betreffende EG- verordening wordt voldaan) óf moeten wachten op een positieve beslissing op aanmelding van het convenant cq. de nieuwe wet- en regelgeving. Over de uitkomsten van de aanmelding van het convenant bij de Europese Commissie zult u per brief worden geïnformeerd. In die gevallen zal door het bevoegd gezag als uitgangspunt ook op de urgentiedatum moeten worden gehandhaafd, maar kan ik mij voorstellen dat tussen bevoegd gezag en het bedrijf dat moet gaan saneren bv. tijdelijke beveiligingsmaatregelen worden overeengekomen (te betalen door het bedrijf) tot de datum van de inwerkingtreding van de regeling (deze is minder ongewis dan de datum van een mogelijke positieve beslissing van de EC op het convenant).Organisatorisch
Binnenkort zal ik u nader informeren over de termijn waarbinnen u de hiervoor genoemde (aangepaste) subsidieverordening bij mij ter toetsing dient in te dienen, alsmede over de termijn waarbinnen u uw aanvraag van een financiële bijdrage in het kader van dit interimbeleid moet indienen. Voorts zal ik u nader informeren over de bepalingen die in acht genomen moeten worden bij deze aanvraag, bevoorschotting, verantwoording e.d. Vooruitlopend daarop zij gemeld dat, indien co-financiering wordt verleend, de handreiking en checklist van bijlage 2 moet zijn doorlopen en worden vastgelegd in het dossier.Daarnaast zal deze interimperiode moeten leiden tot een intensievere samenwerking met de BSB-stichtingen om bedrijven die van de onderzoeksfase naar de saneringsfase overgaan te stimuleren bodemsanering ter hand te nemen.
De interimperiode zal tenslotte worden benut om de organisatie die nodig is om de bedrijvenregeling tot uitvoering te brengen voor te bereiden en op te bouwen. Hierover zal met u nader overleg worden gevoerd.Hoogachtend,
De Minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,J.P. Pronk